Martijn B. Katan

Em. hoogleraar Voedingsleer
Vrije Universiteit Amsterdam

Hoe meer antibiotica we gebruiken, hoe meer bacteriën daar resistent tegen worden. Daarom zijn er zorgen over antibiotica in de veehouderij. Ontstaan daardoor resistente bacteriën die gevaar opleveren voor de mens?
Veetelers deden in de vorige eeuw massaal antibiotica door het voer[1] omdat kalveren, kippen en varkens dan sneller groeiden.[2] Doordat de dieren op elkaar gedrongen in de poep staan, worden ze misschien vaker ziek, zieke dieren groeien slechter en antibiotica voorkomen mogelijk die ziektes. In 1998 waarschuwde de Gezondheidsraad dat antibioticagebruik bij dieren het ontstaan bevorderde van bacteriën die met antibiotica niet meer konden worden bestreden. Die bacteriën konden vermoedelijk worden overgedragen naar de mens.[3] Het gebruik van antibiotica bleef echter groeien, niet meer als ‘groeibevorderaars’ maar als ‘diergeneesmiddelen’. In 1998 ging er 300 miljoen gram antibiotica per jaar naar de veeteelt, tien jaar later 500 miljoen gram.[4][5] Geen land gebruikte zoveel antibiotica per dier als wij.[6]
In januari 2010 overleed er iemand aan een resistente bacterie,die in de darmen van kippen had geleerd hoe je je voor antibiotica immuun kunt maken.[7]Nu greep de overheid in;er werd een Autoriteit Diergeneesmiddelen opgericht en er kwamen wetten die het gebruik van antibiotica bij dieren inperkten.[8]Daardoor gebruikt de veeteelt nu iets minder dan 200 miljoen gram per jaar. Ook worden antibiotica die het laatste redmiddel zijn voor mensen steeds minder bij dieren toegepast. Dat ging allemaal niet vanzelf; de Autoriteit Diergeneesmiddelen verdient groot respect voor de manier waarop ze met een mengsel van zachte en harde maatregelen het antibioticagebruik in de veeteelt hebben weten terug te dringen.[9]
Leveren de middelen die nu nog bij dieren worden gebruikt gevaar voor ons op? Steken antibiotica-resistente bacteriën over van dieren naar mensen? Ja: van MRSA-bacteriën (de ‘ziekenhuisbacterie’) in de longen, blaas of wondvocht van patiënten had in 2013 gemiddeld over heel Europa 4 procent zijn oorsprong in dieren.[10] Maar in Nederland, waar honderd miljoen kippen en twaalf miljoen varkens op grote schaal antibiotica krijgen, was dat ruim 20 procent.
Ik schreef onlangs in de Telegraaf over de nadelen van het gebruik van antibiotica bij dieren en kreeg op Twitter prompt een stroom boze boeren over me heen. Zij beriepen zich op een nieuw onderzoek naar een andere categorie antibioticaresistente bacteriën: de zogenaamde ESBL.[11]-bacteriën, resistent tegen penicillines en vele andere antibiotica. Volgens de boeren liet het onderzoek zien dat mensen die besmet zijn met ESBL-bacteriën die niet of nauwelijks uit de veehouderij kregen. Inderdaad zei het persbericht van de onderzoekers dat de kans op besmetting met ESBL vanuit de veehouderij klein was en dat mensen het vooral van andere mensen krijgen.[12] Dat persbericht was echter niet stevig onderbouwd en liep ook vooruit op ongepubliceerde uitkomsten. Zou dat de invloed zijn van de financiers, die vooral uit de landbouw en de vleesproductie kwamen[13]?
Tegelijk met het persbericht verscheen een populair-wetenschappelijk rapport dat benadrukte hoezeer het allemaal meeviel.[14] Er staat echter ook in dat vermoedelijk 10 tot 30 procent van de ESBL bij patiënten afkomstig is van vee, vooral van kippen. Die 10 tot 30 procent wordt verder niet toegelicht, maar ik vind het plausibel en niet verwaarloosbaar. Wel ben ik het ermee eens dat het grootste deel van de ESBL ergens anders vandaan komt. Niet uit onze ziekenhuizen, Nederlandse dokters zijn heel terughoudend met het voorschrijven van antibiotica en juist daardoor is er bij ons weinig antibioticaresistentie.[15] De ESBL die er is kan behalve van vee komen van andere mensen, van paarden, katten en honden,[16] van voedsel[17] of uit het milieu.[18] Een flink deel komt uit het buitenland; binnen Europa is vooral Griekenland berucht.[19] Van de Nederlandse reizigers naar Aziatische landen kwam zelfs tweederde terug met ESBL-bacteriën in hun darmen. Bij een op de tien sprongen die na thuiskomst over op huisgenoten.[20]
We moeten andere landen dus zover krijgen dat ze even zuinig worden als wij met gebruik van antibiotica bij mensen. Maar onze veehouders moeten ook meewerken om die 10 tot 30 procent van de ESBL die uit hun stallen afkomstig is omlaag te krijgen. Dat kan. Dieren krijgen nog steeds meer antibiotica dan mensen; de gemiddelde Nederlander wordt er vier dagen per jaar mee behandeld,[21] kippen en varkens negen dagen en kalveren en kalkoenen twintig dagen.[22] Van de kippen is 70 procent besmet met ESBL en die gaat over op de kippenhouders, van wie 20 procent met kippen-ESBL rondloopt.[23] Ook hun gezinsleden raken besmet.[24] [25] In de loop van 2019 wordt bekend hoeveel procent van de ESBL in de algemene bevolking afkomstig is uit de veehouderij. Als dat inderdaad 10 tot 30 procent is, is dat te veel.
Wat doen we ertegen? We kunnen minder vlees kopen, of biologisch vlees; biologische veehouders gebruiken heel weinig antibiotica.[26] Maar uiteindelijk is het een politiek probleem. Antibioticagebruik in de veeteelt levert inderdaad risico’s voor mensen en alleen wetgeving en handhaving kunnen er iets tegen doen.


[1] MARAN 2002 – Monitoring of antimicrobial resistance and antibiotic usage in animals in the Netherlands in 2002.
[2] Roura, E., Homedes, J., and Klasing, K.C. (1992). Prevention of Immunologic Stress Contributes to the Growth-Permitting Ability of Dietary Antibiotics in Chicks. J Nutr 122, 2383–2390.
 Cromwell, G.L. (2002). Why and How Antibiotics Are Used in Swine Production. Animal Biotechnology 13, 7–27.
[3] “Omdat overdracht van resistente bacteriën van dier naar mens mogelijk is, draagt het gebruik van antimicrobiële middelen in de dierhouderij, waaronder groeibevorderaars, bij aan het resistentieprobleem bij de mens.” Gezondheidsraad (1998). Antimicrobiële groeibevorderaars, p. 18.
Onafhankelijke instanties zijn er intussen van overtuigd dat gebruik van antibiotica bij dieren leidt tot antibioticaresistente bacteriën bij mensen. Voorbeelden:
Pew Charitable Trusts: “there is compelling scientific evidence available to support each step in the causal pathway, from antimicrobial use on farms to a public health burden caused by  infections with resistant pathogens.” Hoelzer, K. et al (2017). Antimicrobial drug use in food-producing animals and associated human health risks: what, and how strong, is the evidence? BMC Veterinary Research 13, 211.
WHO News Release 7 November 2017: Stop using antibiotics in healthy animals to prevent the spread of antibiotic resistance. www.who.int/news-room/detail/07-11-2017-stop-using-antibiotics-in-healthy-animals-to-prevent-the-spread-of-antibiotic-resistance
[4] de Greeff, S., and Mouton, J. (2018). NethMap 2018: Consumption of antimicrobial agents and antimicrobial resistance among medically important bacteria in the Netherlands / MARAN 2018: Monitoring of Antimicrobial Resistance and Antibiotic Usage in Animals in the Netherlands in 2017. RIVM.
[5] Het aantal dieren daalde over die tijd met 10 tot 20% dus per dier was de stijging nog groter.
[6] Grave, K., Torren-Edo, J., and Mackay, D. (2010). Comparison of the sales of veterinary antibacterial agents between 10 European countries. J Antimicrob Chemother 65, 2037–2040.
[7] Sheldon, T. (2010). Dutch doctors warn of dangers of overuse of antibiotics in farming. BMJ 341, c5677. Een manier waarop bacteriën resistent worden is dat ze in de darm een stukje DNA (“plasmide”) overnemen van een ander soort bacterie die al resistent is. Op dat DNA staat hoe je als bacterie immuun kunt worden voor antibiotica. Zo kan resistentie zich verspreiden van dieren naar mensen. de Been, M. et al. (2014). Dissemination of Cephalosporin Resistance Genes between Escherichia coli Strains from Farm Animals and Humans by Specific Plasmid Lineages. PLoS Genetics 10, e1004776.
[8] Dierziektebeleid - Brief van de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 9 april 2010 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29683-53.html
Dierziektebeleid. Brief van de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. 8 december 2010. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29683-65.html (o.a. oprichting SDA)
Verordening registratie en verantwoording antibioticagebruik rundersector (PVV) 2011. https://wetten.overheid.nl/BWBR0030446/2013-06-02#Paragraaf_6
Besluit van 13 december 2012 tot wijziging van het Besluit diergeneesmiddelen (gevoeligheidsbepaling)  https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2013-8.html#d16e238
[9] Sheldon, T. (2016). Saving antibiotics for when they are really needed: the Dutch example. BMJ 354, i4192.
[10] Kinross, P. et al. (2017). Livestock-associated meticillin-resistant Staphylococcus aureus (MRSA) among human MRSA isolates, European Union/European Economic Area countries, 2013. Eurosurveillance 22, 16–00696.
[11] ESBL is niet een bacteriesoort maar de naam van een enzym (Extended Spectrum Beta Lactamase) dat door resistente bacteriën gemaakt wordt en waarmee ze penicilline kapot maken.
[13] Mevius, D. et al. (2018). Rapport ESBL-Attributieanalyse (ESBLAT) : Op zoek naar de bronnen van antibioticaresistentie bij de mens, p. 2. http://library.wur.nl/WebQuery/wurpubs/533786
Topteam (bestuur) Topsector Agri & Food: https://topsectoragrifood.nl/over/#overtopteam
[14] Mevius, D. et al. (2018). Rapport ESBL-Attributieanalyse (ESBLAT) : Op zoek naar de bronnen van antibioticaresistentie bij de mens. http://library.wur.nl/WebQuery/wurpubs/533786
[15] European Centre for Disease Prevention and Control (2018). Surveillance of antimicrobial resistance in Europe 2017.
[16] van Duijkeren, E. (2017). Transmissie van ESBL-producerende Enterobacteriaceae tussen dieren en mensen. Infectieziekten Bulletin | RIVM 28, 306–310.
Huijbers, P.M.C. (2014). Extended-spectrum and AmpC β-lactamase-producing Escherichia coli in broilers and people living and/or working on broiler farms: prevalence, risk factors and molecular characteristics. J Antimicrob Chemother 69, 2669–2675.
[17] Zo is bijvoorbeeld 19% van de tauge in Nederlandse winkels besmet met ESBL Klebsiella bacteriën. Huizinga, P. et al (2018). Extended-spectrum beta-lactamase producing Enterobacteriaceae (ESBL-E) isolated from bean sprouts in the Netherlands. PLOS ONE 13, e0203338.
Biologische tauge is vaker besmet dan gewone tauge, misschien t.g.v. het gebruik van dierlijke mest i.p.v. kunstmest. Reuland, E.A. (2014). Prevalence of ESBL-producing Enterobacteriaceae in raw vegetables. European Journal of Clinical Microbiology & Infectious Diseases 33, 1843–1846.
[18] Doi, Y., Iovleva, A., and Bonomo, R.A. (2017). The ecology of extended-spectrum β-lactamases (ESBLs) in the developed world. J Travel Med 24, S44–S51.
[19] European Centre for Disease Prevention and Control (2018). Surveillance of antimicrobial resistance in Europe 2017.
[20] Arcilla, M.S. et al. (2017). Import and spread of extended-spectrum β-lactamase-producing Enterobacteriaceae by international travellers (COMBAT study): a prospective, multicentre cohort study. The Lancet Infectious Diseases 17, 78–85.
[21] de Greeff, S., and Mouton, J. (2018). NethMap 2018: Consumption of antimicrobial agents and antimicrobial resistance among medically important bacteria in the Netherlands. RIVM. Tables 3.1.1 & 3.2.1.2
[22] Autoriteit Diergeneesmiddelen SDa (2018). Het gebruik van antibiotica bij landbouwhuisdieren in 2017 - Trends, benchmarken bedrijven en dierenartsen. Tabel 2. DDDA-NAT over diersectoren. P. 10: DDDA-NAT is vergelijkbaar met DDD per 1000 mensdagen en daarin om te rekenen door *1000/365.
Waarom melkkoeien niet genoemd? Die krijgen een stuk minder antibiotica; het probleem zit bij de vleesproduktie.
[23] Dorado-García, A. et al. (2018). Molecular relatedness of ESBL/AmpC-producing Escherichia coli from humans, animals, food and the environment: a pooled analysis. J Antimicrob Chemother 73, 339–347. Supplementary data, figure S3.
[24] “Bij mensen die intensief contact hadden met de conventionele vleeskuikens (zoals de veehouder en medewerkers), was de prevalentie 27.1% en bij mensen zonder intensief contact (zoals partners en kinderen) 14.3%”. van Duijkeren, E. (2017). Transmissie van ESBL-producerende Enterobacteriaceae tussen dieren en mensen. Infectieziekten Bulletin | RIVM 28, 306–310.
Deiters, C., Günnewig, V., Friedrich, A.W., Mellmann, A., and Köck, R. (2015). Are cases of Methicillin-resistant Staphylococcus aureus clonal complex (CC) 398 among humans still livestock-associated? International Journal of Medical Microbiology 305, 110–113.
Hoelzer, K. et al. (2017). Antimicrobial drug use in food-producing animals and associated human health risks: what, and how strong, is the evidence? BMC Veterinary Research 13, 211.
[25] Kinross: “In Denmark, a nationwide, retrospective temporo-spatial analysis of samples from 1999 to 2011 also showed that MRSA ST398 was capable of onward transmission in the community. The majority of individuals in the later years of the analysis had no livestock contact but were often clustered around those with livestock contact.”
[26] Hoogenboom LA. Contaminants and microorganisms in Dutch organic food products: a comparison with conventional products. Food Addit Contam Part A Chem Anal Control Expo Risk Assess. 2008
Schwaiger K. Comparative analysis of antibiotic resistance characteristics of gram-negative bacteria isolated from laying hens and eggs in conventional and organic keeping systems in Bavaria, Germany. Zoonoses Public Health. 2008
Van de Vijver, L.P.L. 2013. Prevalence and Molecular Characteristics of Methicillin-Resistant Staphylococcus aureus (MRSA) in Organic Pig Herds in The Netherlands. Zoonoses Public Health 61, 338–345.