Martijn B. Katan

Em. hoogleraar Voedingsleer
Vrije Universiteit Amsterdam

Ik heb in mijn wetenschappelijke leven wel eens met mensen gebotst. Vooral met fabrikanten van levensmiddelen als ik hun gezondheidsclaims betwistte. Maar die fabrikanten bleven beleefd, in de trant van: ‘we zijn niet boos maar wel verdrietig’. En ze probeerden nieuwe feiten aan te voeren die mijn kritiek moesten weerleggen.
 
Daarom kwam de heftigheid van het recente debat over bio-energie voor mij als een verrassing. Op 12 januari publiceerde de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen
KNAW haar visiedocument over ‘Biobrandstof en hout als energiebronnen’. De conclusie was dat biobrandstof voor auto’s en houtstook in kolencentrales niet of nauwelijks bijdragen aan besparing van CO2-uitstoot. Ik was één van de drie auteurs ervan en ik verwachtte stevige kritiek. Ik was er echter niet op voorbereid dat een prominente biomassa-onderzoeker het visiedocument en de auteurs ervan in de krant zou uitmaken voor ‘schizofreen’, ‘gelogen’, ‘absurd slecht’ en ‘bewust verdraaid’.[i] Vanwaar die ongebruikelijke krachttermen?

 De criticus zei dat wij niets van het onderwerp afwisten. Amateurisme bij de tegenstander is inderdaad irritant, maar verklaart niet een dergelijke woede-uitbarsting. (De beschuldiging is overigens niet juist; mijn collega-auteurs zijn onderzoekers van wereldfaam op het gebied van plantaardige productie en ecologie[ii] en ik heb de eerste zes jaar van mijn wetenschappelijke carrière besteed aan energie-omzettingen in moleculen en cellen en de laatste negen jaar aan energieomzettingen in mensen.[iii] Die zijn gecompliceerder dan wat er gebeurt in een auto of elektriciteitscentrale.)

Een andere verklaring is dat er belangen werden bedreigd. Speelt dat hier? In het biomassa-onderzoek worden de belangen van auteurs niet altijd openbaar gemaakt, maar hier en daar is wel iets te vinden. Bijvoorbeeld in een juichend Braziliaans rapport over biomassa dat binnenkort met veel publiciteit wordt gepubliceerd.[iv] Twee auteurs van een belangrijk hoofdstuk erin[v]  werken voor het Energy Biosciences Institute in Californië. Dat instituut wordt betaald door BP, dat er tien jaar lang vijftig miljoen dollar per jaar in steekt.[vi] Waarom besteedt BP daar een half miljard aan? Dat is omdat BP leeft van fossiele brandstoffen.[vii] Die produceren veel broeikasgas, en mensen zijn daarover ongerust. Biobrandstoffen moeten die ongerustheid wegnemen. In de EU zijn brandstoffabrikanten verplicht om per 100 liter fossiele brandstof vijf of tien liter biobrandstof toe te voegen. Voor oliebedrijven is dat gunstig: het verbruik van fossiel mag blijven stijgen, als de biobrandstof maar meestijgt. Daarom subsidiëren ze graag onderzoek dat de gunstige effecten van biobrandstof onderbouwt. Idem de fabrikanten van biobrandstof, de elektriciteitsproducenten – die onbeperkt kolen mogen stoken zolang ze hout meestoken – en last but not least de haven van Rotterdam waar al die biomassa binnenkomt.[viii]

Zien biomassa-onderzoekers het kritische KNAW-document dus als een bedreiging voor hun subsidies? Dat kan, maar het verklaart nog altijd niet die ongeremde woede. Een goede onderzoeker vindt immers wel weer een andere geldbron. Ik denk dat KNAW president Hans Clevers de vinger op de echte zere plek legde. Een wetenschapper die het oneens was met de KNAW-visie had gedreigd dat hij er een klacht over zou indienen. Clevers zei daarop: ‘Een klacht? Dat moet hij vooral doen. Maar met klachten bedrijf je geen wetenschap.’ De critici van het KNAW visiedocument voeren inderdaad opvallend weinig wetenschappelijke argumenten aan. Ik bedoel zoiets als: ‘in uw voetnoot 21 staat 592 Megajoule, maar Brown (2013) toont aan dat het 59 Megajoule is, dus tien keer minder’. Zo gaan wetenschappelijke debatten, maar de critici van het KNAW visiedocument komen niet verder dan vage verwijzingen naar dikke rapporten.

Ik denk daarom dat de woede van de opponenten voortkomt uit het besef dat ze wetenschappelijk gezien niet heel sterk staan. De biomassakeizer heeft geen kleren aan en vreest in het openbaar te worden uitgelachen. Dat is een goede reden om boos te worden.


[i] Jeroen Trommelen. Interview André Faaij, directeur Energy Academy. 'KNAW lapt kennis over biobrandstof aan laars'. Volkskrant, 14 januari 2015

[ii] Nederlands Instituut voor Ecologie. Prof. dr.Louise Vet. https://nioo.knaw.nl/nl/employees/louise-vet . Research output of Wageningen UR staff: Publication by Prof. Dr. Ir. R. Rabbinge. http://tinyurl.com/kbunp36

[iv] Het is afkomstig van een organisatie genaamd Fapesp in Sao Paulo. Fapesp is onduidelijk over zijn geldbronnen. Het lijkt er echter op dat de voornaamste donoren Boeing, BP en Braziliaanse mijnbouw- en petroleumindustrieen zijn (http://bioenfapesp.org/index.php/partners).

[v] Heather Youngs, Luiz Augusto Horta Nogueira, Chris R. Somerville, and José Goldemberg. Ch. 8. Perspectives on Bioenergy. In: Scope Bioenergy and Sustainability. http://bioenfapesp.org/scopebioenergy/index.php

[vi] Rex Dalton. Berkeley's energy deal with BP sparks unease. Fears rise about loss of academic freedom. Nature 445, 688-689 (15 February 2007) www.nature.com/nature/journal/v445/n7129/full/445688b.html

[vii] Netto winst BP was in 2013 $23.5 miljard, in 2012 $11 miljard en in 2011 $25.2 miljard, gemiddeld over de laatste drie jaar $20 miljard. BP Annual Report and

Form 20-F 2013, P 23. www.bp.com/annualreport

[viii] Zie bijvoorbeeld p. 3 in: Wicke B, Brinkman MLJ, Gerssen-Gondelach S, van der Laan C, Faaij APC (2015). ILUC prevention strategies for sustainable biofuels: Synthesis report from the ILUC Prevention project. Utrecht University, Utrecht, the Netherlands: www.geo.uu.nl/iluc