Martijn B. Katan

Em. hoogleraar Voedingsleer
Vrije Universiteit Amsterdam

At u broccoli en spruitjes tegen kanker? Bent u daarmee gestopt nu het Wereld Kanker Onderzoek Fonds in zijn nieuwe rapport zijn uitspraken over groenten en kanker afzwakt? En vraagt u zich nu af waarom de deskundigen elke tien jaar iets anders vertellen? Laat het me uitleggen.

Tien tot twintig jaar geleden leek alles goed te kloppen. Tienduizenden kankerpatiënten waren ondervraagd over hun vroegere eetgewoonten, en ze bleken systematisch minder groenten en fruit te hebben gegeten dan gezonde vrijwilligers. In groenten waren bovendien stofjes ontdekt die bij ratten kanker tegengaan.

Maar onderzoek is tricky. Die gezonde vrijwilligers zijn namelijk een speciaal slag mensen: ze eten niet alleen veel broccoli, maar ze joggen ook, ze zijn slank, ze roken niet en ze gaan trouw naar de kankerscreening. Lag het dus wel aan de broccoli dat ze minder kanker kregen? En wat die stofjes uit groenten betreft: een mens is geen rat.

Wat doe je intussen als wetenschapper? Je kunt zeggen dat groente en fruit helpen terwijl je het niet 100% zeker weet, of je kunt je zwijgen tot alles is uitgezocht, met het risico dat mensen intussen nodeloos kanker krijgen. De wetenschappers kozen voor actie. Te vroeg, blijkt nu.

Ook de voorlichters hebben boter op hun hoofd. Zo waren zo tuk op de nieuwe voedingsboodschap dat ze het nieuws bijna uit de vingers van de wetenschappers trokken. Een voorlichter wil nu eenmaal voorlichten.

Hoeveel staat er nu nog overeind van de groente-en-fruit boodschap? Groenten en fruit lijken nog steeds iets te doen tegen mond- en keelkanker. Maar minder drinken en stoppen met roken helpen beter. Verder bevatten groenten en fruit vezel, die laxeert. Één op de tien Nederlanders heeft aambeien, en dat komt vooral door persen bij verstopping. Voedingsvezel voorkomt verstopping en dus aambeien. Groenten bevatten ook weinig calorieën. Groenten eten is dus goed, maar tegen kanker helpt het weinig.

Volgens het Wereld Kanker Onderzoek Fonds kun je kanker vooral voorkomen door niet te dik te worden. De bewijzen daarvoor zijn sterker dan destijds voor groenten, maar echt overtuigend is het verband momenteel alleen voor nierkanker en baarmoederkanker, en die zijn zeldzaam. De rol van vetzucht bij veel voorkomende kankers als borstkanker en dikkedarmkanker is minder zeker. Kanker is een verschrikkelijk ingewikkelde ziekte, en het kan nog lang duren voor we echt weten of vetzucht ook deze soorten kanker veroorzaakt.

Laten we leren van het broccolifiasco en nog niet al te zeker doen over vetzucht en kanker. Er zijn genoeg andere redenen om niet dik te worden. Intussen blijf ik gewoon spruitjes eten. Ik vind spruitjes namelijk lekker.

Uit: De Volkskrant, katern Hart en Ziel, 3 november 2007.